De verkiezingsuitslag is bekend. Het NOS-programma Nederland Kiest liet al rond een uur of negen weten dat VVD en PvdA nek aan nek gingen met allebei 31 zetels (uiteindelijk 31-30). De PVV eindigde verrassend dichtbij als derde, met 22 zetels (later 24). Het CDA halveert bijna van 41 naar 21 zetels. Dat betekent natuurlijk het vertrek van CDA-premier Balkenende. SP (15), GroenLinks en D66 (allebei 10) zitten dicht bij elkaar in de buurt. Verlies is er voor ChristenUnie (van 6 naar 5 zetels) en Trots op Nederland, dat zelfs helemaal uit de Tweede Kamer verdwijnt. De SGP verlengt haar abonnement op twee zetels en ook de Partij voor de Dieren houdt dat zeteltal vast (al stond het bijna de hele avond op 1 zetel). Maar de grote vraag gedurende de spannende verkiezingsnacht was natuurlijk: wie wordt de grootste, Rutte of Cohen?
Update 22:57: Balkenende stapt inderdaad op als partijleider van het CDA en gaat ook niet in de Tweede Kamer zitten. Hier zijn speech.
Update 03:40: Na een lange verkiezingsnacht lijkt met 96,5% van de stemmen geteld de VVD als winnaar uit de bus te komen. Proficiat, Mark Rutte. Verder steeg de PVV nog naar 24, daalde GroenLinks van 11 naar 10 zetels en heroverde de PvdD toch nog die tweede zetel. Nu begint de moeilijkste klus: het formeren van een stabiele regering in dit politiek totaal versnipperde land op drift.
De winnaars zijn dus VVD, PVV, GroenLinks en D66. Proficiat!
Negentien politieke partijen doen op 9 juni een gooi naar zetels in het Nederlandse parlement. Dat zijn er vijf minder dan drie jaar geleden. Gelukkig maar, want de versnippering maakt van onze parlementaire democratie een zootje.
Vooropgesteld: het is prachtig dat we in een vrij land leven waar iedereen zijn eigen politieke partij kan oprichten. Kom daar maar eens om in China of Rusland. Maar goed, in Nederland is dat een gegeven, dus hoeven we dat niet elke vier jaar opzichtig te bewijzen. Leuk dus dat er oorspronkelijk 61 partijen zijn aangemeld in de aanloop naar de verkiezingen (dat waren er drie jaar geleden trouwens 74), maar het zou volslagen zinloos zijn als die allemaal straks op het stembiljet komen te staan.
Wouter Bos schokte politiek Den Haag vandaag door zijn vertrek uit de politiek aan te kondigen. Het is al een week lang bijltjesdag in Den Haag. SP-fractieleider Agnes Kant maakte vorige week donderdag bekend de politiek vaarwel te zeggen, niet veel later gevolgd door haar leermeester Jan Marijnissen. En gisteren maakte ook CDA-kroonprins Camiel Eurlings onverwachts zijn vertrek bekend. Eurlings en Bos kiezen voor hun gezin, Marijnissen voor zijn gezondheid en Kant ontvlucht het harde politieke klimaat. De meest opvallende zittenblijver is premier Jan Peter Balkenende, waarvan bijna iedereen niettemin verwacht dat ook hij na de verkiezingen vertrekt. Inderdaad, de politiek is harder geworden. We staan aan de vooravond van een compleet nieuw politiek landschap, in alle opzichten. Het werd tijd.
De uitslag van de verkiezingen in Amsterdam Nieuw-West is bekend: de PvdA heeft zijn verlies weten te beperken en is de grootste partij gebleven, net als in de centrale gemeenteraad. Met 96% van de stemmen geteld heeft de PvdA in Nieuw-West nu elf zetels. De VVD eindigde als tweede met 5 zetels, gevolgd door een drietal met drie zetels: D66, GroenLinks en de lokale partij BNW ’81. De SP haalde twee zetels, het CDA en de PvdA-afvallige Tulpen voor Amsterdam elk één zetel. Nieuwkomer ChristenUnie scoorde als enige deelnemende partij geen enkele zetel. Op de foto wachten de lijsttrekkers, met in het midden het meest zichtbaar Achmed Baâdoud (PvdA) en Ronald Mauer (D66), op deze laatste tussenstand.
Dit is nog niet de definitieve uitslag, maar wel de meest waarschijnlijke. Uiterlijk vrijdag wordt bekend of er nog een restzetel verschuift, vermoedelijk van de PvdA naar GroenLinks of D66. Vrijdag weten we dus de precieze uitslag. Hoe dan ook: felicitaties voor de winnaar, PvdA!
We staan aan de vooravond van de zoveelste politieke omwenteling in korte tijd. Woensdag kiest Nederland zijn nieuwe gemeenteraden en dreigen de twee grootste partijen, PvdA en in iets mindere mate CDA, veel zetels te gaan verliezen. Tegelijk zijn er ook beoogde grote winnaars: de Partij voor de Vrijheid (PVV) in Almere en Den Haag, maar vooral ook D66. De democraten doen in een record aantal gemeenten mee, waardoor maar liefst 80% van de Nederlanders op D66 kan stemmen. Als Amsterdammer gaat mijn meeste belangstelling uit naar de revolutie in de hoofdstad: verliest de PvdA een derde of misschien zelfs wel de helft van zijn electoraat? D66 ligt op de loer om de macht over te nemen.
Na drie eerdere vruchteloze pogingen is ons vannacht ontvallen: het kabinet Balkenende-IV. Geen bezoek, geen bloemen. Al zal de brekende partij prijs stellen op rode rozen. Eindelijk verlost van dit rood-christelijke vechtkabinet. Wie dacht er nu nog dat de lokale verkiezingen vooral over lokale onderwerpen zouden gaan? Rust zacht.
Vraag een politicus die slecht staat in de peilingen of hij daarvan schrikt, en hij zegt: “Het zijn maar peilingen!” Vraag een politicus die goed stond in de peilingen naar het uiteindelijk toch wat tegenvallende resultaat, en hij zegt: “Het waren maar peilingen!” Maar zodra een peilingpopulair politicus het oneens is met beleid dat hij niet kan wegstemmen, zal hij zeggen: “Er zijn heel veel burgers die dit beleid zat zijn, kijk maar naar de peilingen!” Tot zover de peilingparadox.
“Het systeem is echt kapot, we staan aan de afgrond.” D66-leider Alexander Pechtold doet dit weekend in NRC Weekblad scherpe uitspraken over het haperende politieke stelsel in Nederland.
“Er zijn zes partijen die tussen de 15 en 25 zetels kunnen halen. Er valt straks niet meer op een normale manier een kabinet te formeren. Links en rechts is weg. Zit de SP links van de PVV? Zit de PVV rechts van de VVD? Ik kwam laatst een jongen tegen uit een CDA-nest die zei: ik twijfel tussen u of Wilders. Dat is toch onvoorstelbaar, twee uitersten!”
Het interview in NRC is opmerkelijk openhartig over de twijfels van de D66-voorman. Hij vertelt eerlijk dat hij het in de zomer van 2006 helemaal niet meer zag zitten als leider. “Ik zag geen uitweg meer. De partij bevond zich in een comateuze toestand. Niemand gaf meer iets voor D66 en nog minder voor mij. Ik was de minst bekende lijsttrekker, Marco Pastors was bekender. Als ik toen nee had gezegd tegen het ministerschap, zat hier gewoon de burgemeester van Wageningen. Nog steeds denk ik weleens: waar ben ik beland?”