We staan aan de vooravond van de zoveelste politieke omwenteling in korte tijd. Woensdag kiest Nederland zijn nieuwe gemeenteraden en dreigen de twee grootste partijen, PvdA en in iets mindere mate CDA, veel zetels te gaan verliezen. Tegelijk zijn er ook beoogde grote winnaars: de Partij voor de Vrijheid (PVV) in Almere en Den Haag, maar vooral ook D66. De democraten doen in een record aantal gemeenten mee, waardoor maar liefst 80% van de Nederlanders op D66 kan stemmen. Als Amsterdammer gaat mijn meeste belangstelling uit naar de revolutie in de hoofdstad: verliest de PvdA een derde of misschien zelfs wel de helft van zijn electoraat? D66 ligt op de loer om de macht over te nemen.
Campagne voeren is met mensen in gesprek gaan, ook met PVV’ers. Dat zei D66-leider Alexander Pechtold zondag op de slotmanifestatie van D66 Amsterdam in de aanloop naar de lokale verkiezingen van 3 maart en de landelijke verkiezingen op 9 juni. ”Ik vind het fantastisch dat D66′ers op internet, op Twitter en overal voorop staan, maar [het gaat vooral om] posters plakken, folderen op straat en gesprekken aangaan, ook met mensen die beginnen met PVV. Als je ze aanspreekt en doorvraagt, dan zijn dat mensen die geïnteresseerd zijn in wat wij aan het doen zijn. Ze zijn nog niet afgehaakt. Ze willen alleen horen dat je snapt welke problemen ze hebben en dat jij daar een verhaal voor hebt. En binnen vijf minuten heb ik met bijna iedereen dan een discussie over de oplossingen. Niet zwart/wit, niet in het wegzetten, maar in het meenemen.”
Vraag een politicus die slecht staat in de peilingen of hij daarvan schrikt, en hij zegt: “Het zijn maar peilingen!” Vraag een politicus die goed stond in de peilingen naar het uiteindelijk toch wat tegenvallende resultaat, en hij zegt: “Het waren maar peilingen!” Maar zodra een peilingpopulair politicus het oneens is met beleid dat hij niet kan wegstemmen, zal hij zeggen: “Er zijn heel veel burgers die dit beleid zat zijn, kijk maar naar de peilingen!” Tot zover de peilingparadox.
Heeft u Mark Rutte dit weekend ook gezien? Met een oranje regenjas aan liep hij goedlachs te flyeren in een druilerig Venlo. Niks geen strak VVD-pak, nee, een felkleurige regenjas. Het symboliseert de aandrang van Haagse politici om toenadering te zoeken tot de kiezer, de burger, het volk. Maar lukt dat ook?
Geert Wilders is de grote winnaar van de verkiezingen voor het Europese parlement, maar ook mijn partij D66 blijkt een overtuigende winnaar. Sterker nog: in mijn stad Amsterdam zijn de Democraten ‘66 zelfs de grootste partij geworden. Een prachtig signaal, negen maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen. Voor mij persoonlijk worden die verkiezingen van 2010 ook bijzonder, want ik werd de avond voor de Europese stemming gekozen tot lid van de programmacommissie van D66 Amsterdam Nieuw West. Oftewel: ik ga meeschrijven aan het verkiezingsprogramma van D66 in het stadsdeel waar Slotervaart, Osdorp en Geuzenveld onder gaan vallen.
“Het systeem is echt kapot, we staan aan de afgrond.” D66-leider Alexander Pechtold doet dit weekend in NRC Weekblad scherpe uitspraken over het haperende politieke stelsel in Nederland.
“Er zijn zes partijen die tussen de 15 en 25 zetels kunnen halen. Er valt straks niet meer op een normale manier een kabinet te formeren. Links en rechts is weg. Zit de SP links van de PVV? Zit de PVV rechts van de VVD? Ik kwam laatst een jongen tegen uit een CDA-nest die zei: ik twijfel tussen u of Wilders. Dat is toch onvoorstelbaar, twee uitersten!”
Het interview in NRC is opmerkelijk openhartig over de twijfels van de D66-voorman. Hij vertelt eerlijk dat hij het in de zomer van 2006 helemaal niet meer zag zitten als leider. “Ik zag geen uitweg meer. De partij bevond zich in een comateuze toestand. Niemand gaf meer iets voor D66 en nog minder voor mij. Ik was de minst bekende lijsttrekker, Marco Pastors was bekender. Als ik toen nee had gezegd tegen het ministerschap, zat hier gewoon de burgemeester van Wageningen. Nog steeds denk ik weleens: waar ben ik beland?”
Is het toeval als je eigen kwaliteitskrant in één week tijd tot twee keer toe verwijst naar dezelfde briljante scene uit dezelfde briljante film? Zonder dat beide situaties iets met elkaar te maken hebben, zonder dat de film ook maar enigszins recent of hernieuwd actueel is. Filmkenners die de titel boven dit bericht lezen, weten welke film ik bedoel: One Flew Over The Cuckoo’s Nest (Milos Forman, 1975), met Jack Nicholson in misschien wel zijn beste hoofdrol ooit. Voluit zegt hij: “But I tried, didn’t I? Goddamnit, at least I did that.” Dit citaat had ineens betrekking op een politicus en een sporter.