Waarom ik weer over beeldverhalen schrijf

The-Hole

Ruim een half jaar geleden werd de redactie van Charlie Hebdo neergemaaid door enkele moslimfundamentalisten met kalashnikovs. Die brute aanslag schokte de hele wereld, ook mij. Als journalist voelde ik meer dan ooit hoe kwetsbaar onze persvrijheid kan zijn. Ik schreef een blogpost (die ik geen ‘Je suis Charlie’ noemde, maar ‘Je suis Raif’ – je zou hem bijna vergeten) en deed een belofte: “De aanslagen in Parijs doen me beseffen dat deze vrije geesten aandacht blijven verdienen. Daarom pak ik m’n oude stiel als stripjournalist weer op.” Ik zocht contact met het Stripschrift, het blad waar ik al sinds 1993 voor schrijf maar door drukte sinds enkele jaren niet meer. Ons hernieuwde contact kwam wat langzaam op gang, maar dit weekend schreef ik mijn eerste striprecensie sinds jaren.

Het boek dat de Stripschrift-redactie me had toegestuurd, heet ‘Het gat’. Je hebt er wellicht van gehoord, want het is besproken door het boekenpanel van tv-talkshow De Wereld Draait Door. Een fysiek opvallende beeldverhaal dat het verhaal vertelt over een gat met, jawel, een gat middenin het drukwerk. Verrassend, ludiek en gedurfd, maar daarmee ook een goed boek?

‘Het gat’ is gemaakt door Øyvind Torseter (1972), een Noorse illustrator, striptekenaar en schrijver. Ik kende hem niet en de meesten van jullie vermoedelijk ook niet, maar als illustrator van kinderboeken was hij in 2014 toch maar mooi finalist van de tweejaarlijkse internationale Hans Christian Andersen Award. Torseter vertelt zijn verhaal in een schetsmatige, karikaturale stijl met een minimaal gebruik van dialoog. ‘Het gat’ een niet zozeer een strip, maar veeleer een prentenboek voor kinderen.

Het verhaal achter ‘Het gat’ gaat over een naamloze hoofdpersoon die een appartement betrekt waar zich een bewegend gat bevindt. Hij vangt het, brengt het naar een wetenschappelijk instituut en gaat weer naar huis – waar het gat er gewoon weer lijkt te zijn. Meer heeft het verhaal niet om het lijf.

HetGat-opstraat

Het boek moet het dan ook vooral hebben van de visuele vondsten en beeldgrapjes. Voor tekenaar Torseter was het gegeven van een gat in het midden van elke pagina een interessante uitdaging om telkens weer een andere grafische oplossing te vinden. Dat lukt hem bij vlagen, onder meer met een stoplicht dan van rood op groen springt en een fluitende postbode. Toch krijg je als lezer de indruk dat Torseter meer met dit gegeven had kunnen doen. Het resultaat is dan ook wat onbevredigend.

De kamer waar het verhaal zich aanvankelijk afspeelt komt benauwend over. Dat wordt benadrukt doot de soms wat klinische tekenstijl. Zodra de hoofdpersoon echter naar buiten gaat (om het gat voor onderzoek weg te brengen) gunt de Noorse illustrator zichzelf alle schetsmatige vrijheid. Hij leeft zich uit op de figuranten op straat, wat resulteert in een lappendeken aan stijlen en ideeën. Met een beter uitgewerkte verhaallijn moet Torseter zeker in staat zijn tot een beeldverhaal met meer zeggingskracht.

Tot zover de wat vrije bewerking van mijn allereerste recensie sinds tijden voor Stripschrift. Net als journalisten, bloggers andere schrijvers dragen ook tekenaars en cartoonisten hun steentje bij aan onze vrije kijk op de wereld. Vanaf nu zal ik daar weer met regelmaat over schrijven.

Jeroen Mirck is zelfstandig journalist, onder meer voor Emerce, MarketingTribune… en Stripschrift.

Het gat (Øyvind Torseter, De Harmonie). ISBN 978-90-76174-55-6.

Tags: , , , , , , , , , , ,

Leave a Reply