De slag om Venlo

Heeft u Mark Rutte dit weekend ook gezien? Met een oranje regenjas aan liep hij goedlachs te flyeren in een druilerig Venlo. Niks geen strak VVD-pak, nee, een felkleurige regenjas. Het symboliseert de aandrang van Haagse politici om toenadering te zoeken tot de kiezer, de burger, het volk. Maar lukt dat ook?

Dit weekend togen meerdere politieke kopstukken naar het Limburgse Venlo, want daar vinden woensdag vervroegde gemeenteraadsverkiezingen plaats. Behalve Rutte zag ik in EĆ©nVandaag ook vice-premier Wouter Bos en D66-gezicht Alexander Pechtold. Bos bezocht een coffeeshop en leek lichtelijk high naar buiten te stappen. Rutte en Pechtold troffen elkaar in een winkelstraat, waar de VDD’er zijn liberale collega pestte met de stropdas die hij droeg. Rutte trok er zelfs even aan, alsof hij wilde zeggen: ik heb me wat volkser gekleed dan jij.

Je kunt je afvragen hoe dicht je nadert tot de burger door hem als Haags politicus aan te spreken op een lokaal dorpsplein. Rutte, Pechtold en Bos gaan de problemen van de lokale politiek echt niet oplossen, dat moeten de plaatselijke raadsleden zelf doen. Daar is zo’n gemeentelijke verkiezing ook niet voor bedoeld, benadrukken diezelfde landelijke politici voortdurend. Toch draven ze op in Venlo, om lokale foldertjes uit te delen. De reden is simpel: lokale politici zijn bij het gros van de kiezers volstrekt onbekend. Een handdruk van Mark Rutte maakt dan al snel meer indruk dan een schouderklopje van de lokale lijsttrekker Mark Verheijen.

Het massale Haagse bezoek aan Venlo is natuurlijk ook een vorm van Wilders pesten. De geboren Venlonaar doet met zijn partij PVV niet mee aan de verkiezingen in zijn geboortestad. Er vallen dus stemmen te winnen in het hol van de leeuw. Vooral Rutte rekent zich rijk, zijn partij staat immers het dichtst bij die van VVD-dissident Wilders. Toch zou dat ook voor ‘AOW-bondgenoot’ SP kunnen gelden, maar Agnes Kant is in de Avro-reportage te zien in een heel ander deel van het land. Er zijn immers nog vijf andere gemeenten waar woensdag verkiezingen worden gehouden.

De drang om dicht bij het volk te staan, lijkt heel erg wenselijk. Toch moet ik direct terugdenken aan een optreden van hoogleraar politieke geschiedenis Remieg Aerts, enkele weken geleden in Buitenhof. Aerts betwist de momenteel erg populaire gedachte dat de politiek de kloof met de burger moet dichten. Dat is helemaal niet de bedoeling van de politiek, aldus Aerts. Sterker nog: het is een verkeerde interpretatie van het woord ‘democratie’. Het principe van ons kiesstelsel is dat we mensen aanwijzen die in staat zijn de complexe problemen op te lossen die komen kijken bij het besturen van ons land, onze provincie of onze stad. Dat doen we omdat de meeste burgers daar zelf niet op zijn toegerust.

Aerts bedoelt niet dat politici hun oren moeten sluiten voor de burger. Hun klachten en adviezen zijn absoluut relevant, maar de oplossing van bestuurlijke problemen zijn vele malen complexer dan een individuele casus. Politici wegen vele belangen af en nemen vervolgens een beslissing. Menig maatregel is niet populair, maar wel nodig. Je kunt een regering daarover wegstemmen, in de hoop dat de oppositie het de volgende vier jaar beter doet, maar ook dan zal er weer volop onvrede zijn.

Dit klinkt vrij cynisch, maar zo is het niet bedoeld. Flyeren op de markt van Venlo is zonder meer goed voor de zichtbaarheid van een politieke partij. Daarbij maakt het echter niet zo bijster veel uit of je een maatpak draagt of een oranje regenjas. De kloof tussen politiek en burger is niet te dichten, simpelweg omdat het twee verschillende entiteiten zijn.

Dit opiniestuk verscheen oorspronkelijk op Joop.nl.

sitestat

Tags: , , , , , , , , , , , , , ,

Leave a Reply